timbrivo

WERKPLAATSGIDS

Schuurkorrels vóór het afwerken

De juiste korrel hangt af van de afwerking en de poriën van het hout. Een tabel van een afwerkingsfabrikant laat zien waar je stopt met schuren.

Korrel per afwerking

General Finishes publiceert korrelvolgordes voor het voorbereiden van onbehandeld hout. De fijnste korrel hangt af van de afwerking: beits heeft open poriën nodig om kleur af te geven, dekkende verf een licht ruw oppervlak. Vóór een watergedragen beits mag fijnporig hout fijner worden geschuurd dan openporig hout.

Onbehandeld hout voorschuren per afwerking (General Finishes)
AfwerkingKorrelvolgorde
Dekkende verf120, daarna 150
Watergedragen beits, fijnporig hout150, daarna 220
Watergedragen beits, openporig hout120, 150, daarna 180
Beits op oliebasis, fijnporig houtNiet fijner dan 180
Beits op oliebasis, openporig hout120, 150, daarna 180
Watergedragen blanke lak120, daarna 150 of 220
Blanke lak op oliebasisTot 150

Openporig en fijnporig hout

Het Wood Handbook noemt essen, hickory, eiken en noten als loofhoutsoorten met grote vaten, en ratelpopulier, kersen en esdoorn als soorten met kleine vaten. Naaldhout heeft geen vaten. General Finishes deelt kersen, grenen, esdoorn, berken en elzen in als fijnporig, en eiken, essen, mahonie en rubberboomhout (parawood) als openporig.

Grote vaten kunnen poriënvuller nodig maken voor een gladde, filmvormende afwerking. Na het vullen en wegvegen van het overschot wordt doorgaans licht geschuurd voordat de afwerking erop gaat (Wood Handbook, hoofdstuk 16).

Schuur niet te fijn

General Finishes waarschuwt tegen te lang doorschuren met de laatste korrels: een te glad oppervlak kan minder beits opnemen. Deze tabel volgt de veelgestelde vragen van de fabrikant over het schuren van onbehandeld hout. Wijken de instructies voor jouw afwerking daarvan af, volg dan die instructies in plaats van automatisch fijner te schuren.

Grof papier heeft een eigen risico vóór het lijmen: het Wood Handbook laat zien dat nieuw papier met korrel 36 meerdere lagen oppervlaktecellen verbrijzelt. Geschaafde vlakken zijn beter voor lijmverbindingen. Gebruik grove korrels alleen om gebreken weg te werken en ga daarna stapsgewijs naar de eindkorrel.

Opstaande vezels en bewerkingssporen

Transparante afwerkingen maken gebreken beter zichtbaar. Verwijder daarom schaafsporen en opstaande vezels vóór het afwerken. Bevochtig voor de opstaande vezels het oppervlak, laat het drogen en schuur het daarna. Eén keer bevochtigen is doorgaans genoeg (Wood Handbook, hoofdstuk 16).

Voorbeeld herstellen

Een eiken bijzettafel met watergedragen beits: korrel 120, daarna 150 en 180. Een legplank van esdoorn met dezelfde beits: 150, daarna 220.

Bronnen en referenties