timbrivo

WERKPLAATSGIDS

Houtlijm: tijd, persdruk en houtvocht

Een goede lijmverbinding vraagt de juiste tijd, druk en houtvochtigheid. Wat het Wood Handbook zegt en welke gegevens je op het etiket nodig hebt.

De tijden op het etiket

Het Wood Handbook onderscheidt vier tijden. De verwerkingstijd van het mengsel geeft aan hoelang een aangemaakte hoeveelheid bruikbaar blijft. De open tijd loopt van het aanbrengen van de lijm tot het samenvoegen van de delen. De gesloten tijd loopt van het samenvoegen tot het aanbrengen van persdruk. De perstijd is de tijd dat het geheel onder druk blijft. Na het persen kan het nog uren of weken duren voordat de volle sterkte is bereikt.

Een hogere temperatuur verkort al deze tijden. Zolang de vlakken nog niet tegen elkaar liggen, verliest watergedragen lijm water aan de lucht en aan het hout en kan hij te droog worden om te hechten. Polyvinylacetaat (PVA), epoxy, polyurethaan, resorcinol en veel isocyanaatlijmen harden bij kamertemperatuur uit. Fenol-, melamine- en ureumformaldehydelijmen vereisen verwarmde persen. De tijden verschillen per product; gebruik daarom het technische informatieblad van jouw lijm.

Houtvochtgehalte

Houtlijmen zijn doorgaans ontwikkeld voor hout met 6% tot 14% vochtgehalte; 12% is een gangbare specificatie. Onder ongeveer 6% zuigt hout het water zo snel uit watergedragen lijm dat vloeien en indringen worden belemmerd, zelfs onder hoge druk. Isocyanaten en polyurethanen hebben juist wat water nodig om uit te harden.

Verlijm delen met een vergelijkbaar vochtgehalte. Het handboek adviseert verschillen kleiner dan ongeveer 5 procentpunten bij lichtere houtsoorten en 2 bij dichte houtsoorten. Lijmverbindingen behouden hun sterkte onbeperkt als het hout onder ongeveer 15% vochtgehalte blijft en de temperatuur voor mensen behaaglijk is. Sommige lijmen verliezen sterkte bij langdurige blootstelling boven 38 °C.

Persdruk en dichtheid

Klemmen brengt de vlakken dicht tegen elkaar en drukt lijm in het hout. Te hoge druk perst de lijm eruit, waardoor de voeg te weinig lijm overhoudt. Bij licht hout dringt de lijm vaak te diep in; bij dicht hout wordt vaak te veel lijm uitgeperst. De sterkste verbindingen ontstaan met een matig hoge persdruk die bij de dichtheid van het hout past.

De sterkte van de lijmverbinding neemt toe met de houtdichtheid tot ongeveer 700–800 kg/m³ bij 12% houtvocht. Daarboven wordt het lastiger om consequent sterke verbindingen te maken die overwegend in het hout breken. Dichte houtsoorten vragen daarom meer aandacht voor de voorbereiding van de vlakken en de instructies van de lijmfabrikant. Deze houtsoorten in de databank komen boven 750 kg/m³ uit:

Houtsoorten vanaf 750 kg/m³ bij 12% houtvocht
HoutsoortDichtheid bij 12%
Cumaru1.070 kg/m³
Ipé1.040 kg/m³
Jatoba940 kg/m³
Garapa790 kg/m³
Amerikaans wit eiken761,6 kg/m³

Vlakken en verbindingen

Pas geschaafde of gezaagde vlakken laten zich het best verlijmen. Het handboek laat zien dat nieuw schuurpapier met korrel 36 meerdere lagen oppervlaktecellen verbrijzelt. Op waterafstotende vlakken hechten lijmen en afwerkingen moeilijk. Verbindingen langs langshoutkanten kunnen even sterk zijn als het hout zelf. Geprofileerde verbindingen zoals messing en groef helpen vooral bij het uitlijnen, niet bij de sterkte.

Voorbeeld herstellen

Jatoba (940 kg/m³) langs de kanten tot een tafelblad verlijmen: meet beide planken met een houtvochtmeter en houd het verschil binnen ongeveer 2 procentpunten. Schaaf de kanten vlak vóór het lijmen en volg de open tijd en perstijd die de fabrikant voor de omgevingstemperatuur opgeeft.

Bronnen en referenties