WERKPLAATSGIDS
Werken van hout dwars op de draad
Planken veranderen van breedte bij wisselende luchtvochtigheid. Schat hoeveel met gepubliceerde krimpcijfers en geef dat werken ruimte in je ontwerp.
Waarom hout werkt
Hout krimpt en zwelt vooral dwars op de draad. Voor de meeste houtsoorten geeft het Wood Handbook van vers tot ovendroog slechts 0,1% tot 0,2% lengtekrimp. Bij de soorten op deze site bedraagt de tangentiële krimp langs de groeiringen 1,3 tot 2,2 maal de radiale krimp dwars daarop. Daarom verandert een dosse gezaagde plank sterker van breedte en trekt die meer hol dan een kwartiers gezaagde plank.
Krimp begint pas onder het vezelverzadigingspunt, rond 30% houtvocht. In gebruik schommelt het houtvochtgehalte doorgaans tussen ongeveer 6% en 14%. In dat bereik behandelt het Wood Handbook het verband tussen krimp en houtvocht als lineair.
De maatverandering schatten
Vergelijking 4-9 van het Wood Handbook gaat uit van een lineaire maatverandering tussen het vezelverzadigingspunt en de ovendroge toestand. Bij een verschil van enkele procentpunten is de breedteverandering ongeveer: breedte × totale krimp ÷ 100 × vochtverandering ÷ vezelverzadigingspunt. Gebruik de tangentiële krimp voor dosse gezaagde planken en de radiale krimp voor kwartiers gezaagde planken. Bij een gemengde of onbekende zaagwijze adviseert het handboek de tangentiële waarde.
Elke plank verschilt: het handboek noemt voor krimp een variatiecoëfficiënt van ongeveer 15%. Bovendien is gezaagd hout zelden volmaakt dosse of kwartiers. Beschouw de uitkomst als een schatting, niet als een tolerantie. De tabel toont een plank van 300 mm breed bij een verandering van 4 procentpunten, bijvoorbeeld van 12% in een vochtige periode naar 8% in een verwarmde ruimte.
| Houtsoort | Dosse gezaagd | Kwartiers gezaagd |
|---|---|---|
| Teak | 2,4 mm | 1,3 mm |
| Swietenia-mahonie | 1,9 mm | 1,4 mm |
| Iroko | 2,8 mm | 1,8 mm |
| Amerikaans noten | 3,1 mm | 2,2 mm |
| Europees eiken | 3,8 mm | 1,7 mm |
| Amerikaans rood eiken | 3,4 mm | 1,6 mm |
| Suikeresdoorn | 4 mm | 1,9 mm |
| Europees beuken | 4,4 mm | 2,1 mm |
| Eucalyptus grandis | 3,9 mm | 2,2 mm |
| Vuren | 3 mm | 1,4 mm |
Ontwerpen met ruimte voor werking
Kwartiers gezaagd hout werkt minder in de breedte. Vloerplanken met staande groeiringen krimpen en zwellen daardoor minder en hun langsnaden gaan minder ver open (Wood Handbook, hoofdstuk 6). Houtsoorten met een lage krimp, zoals teak of mahonie, werken bij dezelfde breedte minder dan beuken of eiken.
Een verlijmd paneel werkt als één plank van dezelfde breedte. Een tafelblad van 600 mm werkt dus tweemaal zo veel als een blad van 300 mm. Geef die beweging ruimte: sleufgaten of bewegende bevestigingen, speling voor panelen in raamwerken en speling bij lades en deuren die in een droge periode worden ingepast.
Houtvocht vóór het bewerken
Werking na de montage komt voort uit het verschil tussen het vochtgehalte bij het zagen en dat tijdens gebruik. Door vooraf te meten en het hout aan de uiteindelijke omgeving te laten wennen, verklein je dat verschil grotendeels voordat het de verbindingen belast.
Een dosse gezaagd tafelblad van Europees eiken van 600 mm breed droogt van 12% naar 8%: 600 × 9,7% × 4 / 31 ≈ 7,5 mm smaller (krimp en vezelverzadigingspunt volgens Tropix).